Betekenis van:
halen

halen
Werkwoord
  • ergens heengaan met als doel om iets of iemand mee terug te brengen
"Hij is even vrienden van het station aan het halen."
halen
Werkwoord
  • onder zijn bereik brengen
"onkruid uit de grond halen"
"een vliegtuig uit de lucht halen"

Hyperoniemen

Hyponiemen

halen
Werkwoord
  • door inspanning verwerven; met inspanning verwerven; behalen
"de eerste prijs halen"
"een diploma halen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

halen
Werkwoord
  • bij je laten komen; iemand laten komen; ontbieden
"hulp halen"
"een dokter/de politie halen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

haal (de ~ | meervoud halen)
Zelfstandig naamwoord
  • keer dat je haalt; ruk
"met een flinke haal sneed Tijs het net open"
"met iets aan de haal gaan"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

haal (de ~ | meervoud halen)
Zelfstandig naamwoord
  • toegebrachte slag
"iemand een haal geven"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

haal (de ~ | meervoud halen)
Zelfstandig naamwoord
  • getrokken lijn
"met lange halen schrijven"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord