Betekenis van:
peer

peer (de ~ | meervoud peren)
Zelfstandig naamwoord
  • vrucht v.d. perenboom
"de peer in tweeën snijden"
"een peer schillen"

Hyperoniemen

peer (de ~ | meervoud peren)
Zelfstandig naamwoord
  • lamp met een gloeidraad; gloeilamp
"een (nieuw) peertje indraaien"
"een elektrische peer"

Synoniemen

Hyperoniemen

peer (de ~ | meervoud peren)
Zelfstandig naamwoord
  • toegebrachte slag
"een peer voor je kanis krijgen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

peer (de ~ | meervoud peren)
Zelfstandig naamwoord
  • bepaalde fruitboom; perenboom; bepaalde fruitboom
"de wilde peer"

Synoniemen

Hyperoniemen

peer (de ~ | meervoud peers)
Zelfstandig naamwoord
  • lid van de hoge Engels adel

Hyperoniemen

Hyponiemen

peer
Zelfstandig naamwoord
  • vrucht van de perenboom
peer
Zelfstandig naamwoord
  • gloeilamp in de vorm van een peer (1)