Betekenis van:
klap

klap (de ~ | meervoud klappen)
Zelfstandig naamwoord
  • toegebrachte slag
"een klap krijgen"
"een klap van de molen hebben gekregen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

klap (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • praat; het voortdurend praten
"iemand aan de klap houden"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

klap (de ~ | meervoud klappen)
Zelfstandig naamwoord
  • kort geluid van twee dingen tegen elkaar; klap; geluid gemaakt door de mond
"(als) (de) klap op de vuurpijl"
"een grote/harde klap"

Synoniemen

Hyperoniemen

klap
Zelfstandig naamwoord
  • plotselinge, luidruchtige slag
"De oude vaas viel met een luide klap in duizend stukken op de vloer uiteen."
klap
Zelfstandig naamwoord
  • een bestraffing door slagen met de open hand
"Hij heeft vroeger veel klappen gehad."
klap
Zelfstandig naamwoord
  • rampzalige ervaring, zwaar verlies

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord