Betekenis van:
geluid

geluid
Zelfstandig naamwoord
  • trillingen in de lucht of andere substantie die door het oor waargenomen kunnen worden
"'s Avonds hoorden wij in onze hut in het Krugerpark allerlei geluiden."
geluid
Zelfstandig naamwoord
  • standpunt, mening
"Dit geluid wordt in die kringen steeds vaker gehoord."
geluid (het ~ | meervoud geluiden)
Zelfstandig naamwoord
  • bepaalde klank die door een persoon, dier of zaak wordt voortgebracht
"rare geluiden produceren"
"er zit in die viool een mooi geluid"

Synoniemen

Hyperoniemen

geluid (het ~ | meervoud geluiden)
Zelfstandig naamwoord
  • speciale klank v.e. geluid; klankkleur; klankkleur; klank
"er zit in die viool een mooi geluid"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord