Betekenis van:
lamp
lamp
Zelfstandig naamwoord
- een object dat gemaakt is om licht te geven
"Hij probeerde de lamp aan te zetten, maar de stroom was uitgeschakeld."
lamp (de ~ | meervoud lampen)
Zelfstandig naamwoord
- omhulsel voor een lichtbron
"met een lampje te zoeken zijn"
"petroleum/olie in de lamp doen"
Hyperoniemen
Hyponiemen
Voorbeeldzinnen
- Ik heb een oude lamp gekocht.
- Edison heeft de elektrische lamp uitgevonden.
- Temperatuur onder lamp (oC)
- Levensduur van een lamp
- Lumenbehoudsfactor van de lamp
- Lumenbehoudsfactor van de lamp
- lamp- en buishouders
- „Kwikgehalte van de lamp”: de hoeveelheid kwik in de lamp;
- Lamp is niet veilig bevestigd.
- „niet-gerichte lamp”: een lamp die niet een gerichte lamp is;
- Kwikgehalte van de lamp als X.X mg;
- Lamp- en buishouders, spanning ≤ 1000 V
- Opwarmingstijd van lamp tot 60 % Φ
- Kwik in andere lagedrukgasontladingslampen (per lamp)
- Opwarmingstijd van lamp tot 60 % Φ