Betekenis van:
lamp

lamp
Zelfstandig naamwoord
  • een object dat gemaakt is om licht te geven
"Hij probeerde de lamp aan te zetten, maar de stroom was uitgeschakeld."
lamp (de ~ | meervoud lampen)
Zelfstandig naamwoord
  • omhulsel voor een lichtbron
"met een lampje te zoeken zijn"
"petroleum/olie in de lamp doen"

Hyperoniemen

Hyponiemen

lamp
Zelfstandig naamwoord
  • lamp in een radiozender of -ontvanger

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen


Voorbeeldzinnen

  1. Ik heb een oude lamp gekocht.
  2. Edison heeft de elektrische lamp uitgevonden.
  3. Temperatuur onder lamp (oC)
  4. Levensduur van een lamp
  5. Lumenbehoudsfactor van de lamp
  6. Lumenbehoudsfactor van de lamp
  7. lamp- en buishouders
  8. „Kwikgehalte van de lamp”: de hoeveelheid kwik in de lamp;
  9. Lamp is niet veilig bevestigd.
  10. „niet-gerichte lamp”: een lamp die niet een gerichte lamp is;
  11. Kwikgehalte van de lamp als X.X mg;
  12. Lamp- en buishouders, spanning ≤ 1000 V
  13. Opwarmingstijd van lamp tot 60 % Φ
  14. Kwik in andere lagedrukgasontladingslampen (per lamp)
  15. Opwarmingstijd van lamp tot 60 % Φ