Betekenis van:
oproepen

oproepen
Werkwoord
  • te voorschijn roepen
"herinneringen oproepen aan je jeugd"
"vragen oproepen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

oproepen
Werkwoord
  • verzoeken te komen of te doen
"een getuige oproepen"
"iemand voor 'de keuring'/'een examen' oproepen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

oproepen
Werkwoord
  • doen verschijnen
"De regering riep alle weerbare mannen op voor de verdediging van het land."
oproepen
Werkwoord
  • (iem.) wakker maken

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

oproepen
Werkwoord
  • telefonisch contact vragen

Hyperoniemen

Hyponiemen

oproepen
Werkwoord
  • aansporen

Hyperoniemen

Hyponiemen

oproep (de ~ | meervoud oproepen)
Zelfstandig naamwoord
  • verzoek om te komen
"een oproep tot [respect voor de medemens]"
"een oproep om te [gaan stemmen]"

Hyperoniemen

Hyponiemen