Betekenis van:
garen

garen (het ~ | meervoud garens)
Zelfstandig naamwoord
  • dun gesponnen draad
"katoenen garen"
"het is goed spinnen van andermans garen"

Hyperoniemen

garen
Zelfstandig naamwoord
  • gesponnen draad

Hyperoniemen

Hyponiemen

garen
Zelfstandig naamwoord
  • draad die wordt gemaakt door het spinnen van vezels
garen
Werkwoord
  • door middel van koken klaar maken voor consumptie, gaar maken
garen
Werkwoord
  • gaar worden
garen
Werkwoord
  • verzamelen

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Vervaardiging uit garen [7]
  2. Synthetisch garen of draad
  3. Vervaardiging uit garen [9]
  4. Vervaardiging uit garen
  5. Vervaardiging uit garen [11]
  6. van verschillend gekleurd garen
  7. Vervaardiging uit garen [3]:
  8. Vervaardiging uit garen [75]
  9. Vervaardiging uit garen [62]of
  10. Vervaardiging uit garen [9] [11]
  11. Vervaardiging uit garen [60] [61]
  12. Vervaardiging uit garen [9]of
  13. Vervaardiging uit garen [11]of
  14. Vervaardiging uit garen of textielvezels [9]
  15. Vervaardiging uit garen of textielvezels [87]