Betekenis van:
koord

koord (het ~ | meervoud koorden)
Zelfstandig naamwoord
  • streng van ineengewerkte draden
"het slappe koord"
"op het slappe koord [dansen]"

Hyperoniemen

Hyponiemen

koord
Zelfstandig naamwoord
  • een middel om zaken bij elkaar te binden
"Het koord brak en de lading viel van het dak af."

Werkwoord