Betekenis van:
doeken

doek (de ~ | meervoud doeken)
Zelfstandig naamwoord
  • stuk geweven stof voor een bepaald gebruik
"een doekje voor het bloeden"
"zo bleek/wit als een doek"

Hyperoniemen

doek (het ~ | meervoud doeken)
Zelfstandig naamwoord
  • geschilderd kunstwerk; schilderstuk
"olieverf op doek"
"een fraai doekje"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

doek (het ~ | meervoud doeken)
Zelfstandig naamwoord
  • scherm om beelden op te projecteren; scherm of gordijn; scherm waar beelden op geprojecteerd kunnen worden
"(een ster van) het witte doek"
"het doek valt voor [hem]"

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Doeken voor operatiekamer
  2. De precieze omzetting van de steunrichtlijn werd in de aanmelding gedetailleerd uit de doeken gedaan.