Betekenis van:
winnen
winnen
Werkwoord
- vorderen vergeleken bij iets of iemand
"Als ik de twee kinderen vergelijk dan wint zij van hem in ontwikkeling"
Hyperoniemen
winnen
Werkwoord
- ergens uithalen
"erts/aardolie winnen"
"zaad winnen uit plantjes"
Synoniemen
Hyperoniemen
winnen
Werkwoord
- overwinnaar worden in een spel, wedstrijd e.d.
"een wedstrijd/spel winnen"
"winnen van iets/iemand"
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
winnen
Werkwoord
- als beste partij uit een wedstrijd komen
"Hij won het schoolkampioenschap hardlopen."
winnen
Werkwoord
- iets verkrijgen voor een goede prestatie bij een wedstrijd
"Hij won de bronzen medaille bij de Olympische Spelen."
winnen
Werkwoord
- een grondstof uit de natuur halen
"Dat bedrijf gaat proberen goud te winnen in de Andes."
Werkwoord
Voorbeeldzinnen
- Niet winnen is belangrijk, maar deelnemen.
- Hij voorspelde dat ze zou winnen.
- Ik kon de eerste prijs winnen.
- Ze pochte met het winnen van de eerste prijs.
- Er bestaat een goede kans dat hij zal winnen.
- Tom maakt een goede kans de verkiezing te winnen.
- Als jullie de loterij zouden winnen, wat zouden jullie dan kopen voor dat geld?
- slakken geschikt voor het winnen van titaanoxide
- bij het begin van de spermawinning, bij het winnen van de laatste hoeveelheid, en 7 dagen na het winnen van de laatste hoeveelheid, en
- Personen of ondernemingen die erts winnen en uitvoeren naar derde landen
- Hoeveel „bestaande” installaties winnen de bij het verbrandingsproces gegenereerde warmte terug?
- Entiteiten die aardgas winnen op basis van een vergunning overeenkomstig Wet nr. 656/2004.
- Ook dient het etiket een aanbeveling te bevatten om advies van een diervoederdeskundige in te winnen.
- aan het begin van de spermawinning en bij het winnen van de laatste hoeveelheid; en
- Hoeveel „nieuwe” installaties winnen de bij het verbrandingsproces gegenereerde warmte terug?