Betekenis van:
winnen

winnen
Werkwoord
  • vorderen vergeleken bij iets of iemand
"Als ik de twee kinderen vergelijk dan wint zij van hem in ontwikkeling"

Hyperoniemen

winnen
Werkwoord
  • ergens uithalen
"erts/aardolie winnen"
"zaad winnen uit plantjes"

Synoniemen

Hyperoniemen

winnen
Werkwoord
  • iemand overhalen tot het innemen van een bepaald standpunt
"Ik win hem voor ons standpunt over de doodstraf"

Hyperoniemen

winnen
Werkwoord
  • overwinnaar worden in een spel, wedstrijd e.d.
"een wedstrijd/spel winnen"
"winnen van iets/iemand"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

winnen
Werkwoord
  • als beste partij uit een wedstrijd komen
"Hij won het schoolkampioenschap hardlopen."
winnen
Werkwoord
  • iets verkrijgen voor een goede prestatie bij een wedstrijd
"Hij won de bronzen medaille bij de Olympische Spelen."
winnen
Werkwoord
  • een grondstof uit de natuur halen
"Dat bedrijf gaat proberen goud te winnen in de Andes."

Werkwoord