Betekenis van:
aanvallen

aanvallen
Werkwoord
  • het initiatief nemen in het gevecht, aantasten
"In mei 1940 werden de Lage Landen aangevallen."
aanvallen
Werkwoord
  • nemen, zich bedienen van iets dat gereedstaat
"hij valt uitgehongerd op het eten aan"

Synoniemen

Hyperoniemen

aanvallen
Werkwoord
  • hevig en brutaal aanvallen
"de hond heeft het kind van de buren aangevallen"
"een stad/kasteel aanvallen"

Synoniemen

Hyperoniemen

aanvallen
Werkwoord
  • aangrijpen
aanval (de ~ | meervoud aanvallen)
Zelfstandig naamwoord
  • plotselinge ziekte of emotie; belediging
"een aanval van [hooikoorts/astma/woede]"

Synoniemen

Hyperoniemen