Betekenis van:
storten

storten
Werkwoord
  • zich begeven naar
"zich op ['de vijand'/'je geliefde'] storten"

Hyperoniemen

Hyponiemen

storten
Werkwoord
  • met geweld of plotseling vallen
"in een ravijn storten"
"naar beneden storten"

Synoniemen

Hyperoniemen

storten
Werkwoord
  • van enige hoogte ergens in laten vallen
"Er werd beton gestort."
storten
Werkwoord
  • geld in een rekening inbrengen
"Hij had gelukkig genoeg gestort om te voorkomen dat hij rood kwam te staan"
storten
Werkwoord
  • ''zich ~ op'' zich volledig aan een bepaalde bezigheid gaan wijden
"Hij had zich voldoende op zijn wiskunde gestort en slaagde met een goed cijfer voor zijn tentamen."
storten
Werkwoord
  • (een bedrag) op een andere bank- of girorekening overbrengen
"een bedrag op een rekening storten"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

storten
Werkwoord
  • onder de prijs verkopen

Synoniemen

Hyperoniemen

storten
Werkwoord
  • stortregenen

Synoniemen

Hyperoniemen

stort (de/het ~ | meervoud storten)
Zelfstandig naamwoord
  • stortplaats voor vuilnis; plaats waar men vuil stort; stortplaats voor vuilnis; verzameld afval

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord