Vervoeging van ineenstorten

Onbepaalde wijs (infinitief): ineenstorten


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • hij/zij/het stort ineen
    • zij storten ineen
  • Onvoltooid verleden tijd

    • hij/zij/het stortte ineen
    • zij stortten ineen
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • hij/zij/het is ineengestort
    • zij zijn ineengestort
  • Voltooid verleden tijd

    • hij/zij/het was ineengestort
    • zij waren ineengestort
  • Toekomende tijd I

    • hij/zij/het zal ineenstorten
    • zij zult ineenstorten
  • Toekomende tijd II

    • hij/zij/het zal ineengestort zijn
    • zij zult ineengestort zijn
  • Conditionalis I

    • hij/zij/het zal ineenstorten
    • zij zullen ineenstorten
  • Conditionalis II

    • hij/zij/het zal zijn ineengestort
    • zij zullen zijn ineengestort

Verwijzingen

Bekijk 1 definitie(s) van ineenstorten