Betekenis van:
afhandelen

afhandelen
Werkwoord
regelen zodat het tot een einde komt
"Gelukkig kon de bank de lening afhandelen en hoefden we niet opnieuw langs."
afhandelen
Werkwoord
(een aangelegenheid, onderwerp) tot een besluit brengen
"ik moet dit nog even afhandelen en dan ben ik klaar"
"een zaak afhandelen"

Synoniemen

Hyperoniemen