Betekenis van:
stapelen
stapelen
Werkwoord
- boven op elkaar leggen
"Het hout werd keurig gestapeld."
stapelen
Werkwoord
- ophopen; opstapelen; opstapelen; stapels maken; opstapelen; stapelen
"de ene [fout/vergissing] op de andere stapelen"
"[dozen] stapelen op ['de grond'/elkaar]"
Synoniemen
Hyperoniemen
Werkwoord
Voorbeeldzinnen
- Een „stack van arrays” wordt gefabriceerd door „arrays” zodanig te stapelen of anderszins samen te voegen dat de kernen van de uitgezonden lichtbundels parallel lopen.
- Het stapelen van natte, versgeoogste producten vóór het drogen of reinigen moet zoveel mogelijk worden beperkt om de kans op schimmelgroei te verkleinen.
- Ze hebben geen andere extra functies of gebruiksdoeleinden, zoals bijvoorbeeld i) ladingen verplaatsen en heffen om ze hoger te plaatsen of te helpen opslaan (hoogheffende pallettrucks), ii) pallets boven elkaar stapelen (stapelaars), iii) ladingen tot een werkplatform heffen (schaarpallettrucks) of iv) ladingen heffen en wegen (weegpallettrucks).