Betekenis van:
stapelen

stapelen
Werkwoord
  • boven op elkaar leggen
"Het hout werd keurig gestapeld."
stapelen
Werkwoord
  • ophopen; opstapelen; opstapelen; stapels maken; opstapelen; stapelen
"de ene [fout/vergissing] op de andere stapelen"
"[dozen] stapelen op ['de grond'/elkaar]"

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord