Betekenis van:
ophopen

ophopen
Werkwoord
  • op elkaar stapelen
" Het vuil was tot een bezwaarlijke hoeveelheid opgehoopt."
ophopen
Werkwoord
  • ophopen; opstapelen; opstapelen; stapels maken; opstapelen; stapelen
"de borden ophopen"

Synoniemen

Hyperoniemen

ophopen
Werkwoord
  • tot een stapel aangroeien
"de problemen hoopten zich op"
"het vuil hoopt op"

Synoniemen

Hyperoniemen

ophopen
Werkwoord
  • ''zich ~'': een proces ondergaan waarbij iets zich verzamelt
ophopen
Werkwoord
  • bij je houden tot bepaald moment

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

ophopen
Werkwoord
  • uit verschillende richtingen of bronnen bijeenbrengen

Synoniemen

Hyperoniemen

ophopen
Werkwoord
  • niet uitgeven; geld niet uitgeven

Synoniemen

Hyperoniemen

ophopen
Werkwoord
  • vergaren

Synoniemen

Hyperoniemen