Betekenis van:
paren

paren
Werkwoord
  • uit verschillende richtingen of bronnen bijeenbrengen
"iets paren aan [iets anders]"
"iemand paren aan [iemand anders]"

Synoniemen

Hyperoniemen

paar (het ~ | meervoud paren)
Zelfstandig naamwoord
  • twee bij elkaar horende dingen
"dat is een ander paar mouwen"
"een minimaal paar"

Hyperoniemen

paar (het ~ | meervoud paren)
Zelfstandig naamwoord
  • twee partners
"het koperen/zilveren/gouden paar"
"het jonge paar"

Hyperoniemen