Betekenis van:
haven

haven (de ~ | meervoud havens)
Zelfstandig naamwoord
  • aanlegplaats voor schepen
"in het zicht van de haven (ging het toch nog mis)"
"een haven aandoen"

Hyperoniemen

Hyponiemen

haven
Zelfstandig naamwoord
  • natuurlijke of aangelegde aanlegplaats voor schepen
haven
Zelfstandig naamwoord
  • schuilplaats; haven voor noodgevallen; dat wat een toevlucht biedt

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Als je niet weet naar welke haven je vaart, is geen enkele wind gunstig
  2. Haven
  3. Varna – haven
  4. Naam haven,
  5. Sines (haven)
  6. Haven/gebied
  7. Leixões (haven)
  8. Haven van bestemming
  9. Dublin — haven en luchthaven,
  10. Varna – westelijke haven
  11. haven- en luchthavendiensten;
  12. Exploitatie van haven
  13. Cork — haven en luchthaven,
  14. (Haven van aankomst)
  15. Dublin — haven, Shannon — luchthaven