Betekenis van:
heimwee
heimwee (de/het ~)
Zelfstandig naamwoord
- verlangen naar huis of iets vertrouwds
"heimwee hebben naar [de goede oude tijd]"
"heimwee krijgen"
Hyperoniemen
Hyponiemen
heimwee
Zelfstandig naamwoord
- sterk verlangen naar een plek die als thuis ervaren wordt
"Wegens sterke heimwee kon hun dochtertje nooit bij vriendinnetjes logeren."
Voorbeeldzinnen
- Tom heeft heimwee.
- Ik krijg heimwee als ik aan m'n familie denk.
- Hij kwam niet terug vanwege heimwee, maar omdat hij bijna door zijn geld was.