Betekenis van:
helm
helm (de ~)
Zelfstandig naamwoord
- grassoort die in de duinen wordt geplant
"helm planten"
Hyperoniemen
helm (de ~ | meervoud helmen)
Zelfstandig naamwoord
- stevige kap die het hoofd beschermt
"met de helm geboren zijn"
"wel/geen helm ophebben"
Hyperoniemen
Hyponiemen
helm
Zelfstandig naamwoord
- ; beschermend hoofddeksel
helm
Zelfstandig naamwoord
- /; helmgras
Voorbeeldzinnen
- Men moet een helm opzetten om het hoofd te beschermen.
- Brandweeruitrusting: helm
- Brandweeruitrusting: helm Reg.
- Helm AG, Hamburg, Duitsland
- .3 een stevige helm die doelmatige bescherming biedt tegen stoten;
- Het gebruik van beschermende uitrusting, zoals handschoenen, schoeisel, kleding en helm;
- Niet alleen gevestigde distributeurs van voedselingrediënten zoals Nore Ingredients (marktaandeel van [5-15] %) of Helm AG (marktaandeel van [0-10] %) konden hun marktdeel verhogen.
- De consument kan dan voorzichtig met het product omspringen of persoonlijke beschermingsmiddelen dragen zoals handschoenen, een helm of veiligheidsgordel, en het product gebruiken op een risicobeperkende manier.