Betekenis van:
vlies

vlies (het ~ | meervoud vliezen)
Zelfstandig naamwoord
  • dun weefsel zonder pigment
"Het pasgeboren kitten zat nog in een vlies."
"het breken van de vliezen"

Hyperoniemen

Hyponiemen

vlies (het ~ | meervoud vliezen)
Zelfstandig naamwoord
  • dun laagje om vruchten heen
"Bij witte rijst is het vliesje weggeslepen."

Hyperoniemen

vlies (het ~ | meervoud vliezen)
Zelfstandig naamwoord
  • velletje op of om iets heen
"Een vlies op de pudding."

Hyperoniemen

Hyponiemen

vlies
Zelfstandig naamwoord
  • dun flexibel scheidingsvlak
"Bij de geboorte breken de vliezen."
vlies
Zelfstandig naamwoord
  • afgestroopte huid met haar van een dier
"Jason en de Argonauten gingen op zoek naar het Gulden Vlies."
vlies (het ~ | meervoud vliezen)
Zelfstandig naamwoord
  • pas geschoren schapenwol
"de orde van het Gulden Vlies"
"het Gulden Vlies"

Synoniemen

Hyperoniemen

vlies
Zelfstandig naamwoord
  • dunne laag op een oppervlak