Betekenis van:
netvlies

netvlies (het ~ | meervoud netvliezen)
Zelfstandig naamwoord
  • onderdeel v.h. oog; vlies aan de binnenkant v.h. oog
"op iemands netvlies gegrift/gebrand staan"
"op het netvlies [vallen]"

Synoniemen

Hyperoniemen

netvlies
Zelfstandig naamwoord
  • een vlies aan de binnenkant van het oog waarop een beeld wordt gevormd
"Het netvlies was bij hem beschadigd."