Betekenis van:
hoed

hoed (de ~ | meervoud hoeden)
Zelfstandig naamwoord
  • hoofddeksel
"je een hoedje schrikken"
"één twee drie vier, hoedje van papier"

Hyperoniemen

Hyponiemen

hoed
Zelfstandig naamwoord
  • een hoofddeksel
hoed
Zelfstandig naamwoord
  • het bovenste gedeelte van het vruchtlichaam van een zwam
hoed
Zelfstandig naamwoord
  • het koepelvormige deel van een kwal

Werkwoord