Betekenis van:
honorarium
honorarium
Zelfstandig naamwoord
- een geldelijke beloning voor een geleverde dienst
"Hij ontving een bescheiden honorarium voor zijn lezing."
Voorbeeldzinnen
- wanneer het vóór die leeftijd op persoonlijke gronden een salaris, een inkomen of een honorarium geniet;
- Ook kan de hoogte van het van één gecontroleerde entiteit ontvangen honorarium en/of de honorariumstructuur een bedreiging vormen voor de onafhankelijkheid van een wettelijke auditor of auditkantoor.
- De vergoeding wordt aan de getuigen betaald, nadat zij zijn gehoord; het honorarium wordt aan de deskundigen betaald, nadat zij hun opdracht hebben voltooid.
- de vrijstelling van of de tegemoetkoming in de proceskosten, en het honorarium van lasthebbers die zijn aangewezen om in de procedure op te treden;
- Teneinde de relatie tussen de wettelijke auditor of het auditkantoor en de gecontroleerde entiteit transparanter te maken, dienen de Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG zodanig te worden gewijzigd dat zij voorschrijven dat het honorarium voor de wettelijke controle van jaarrekeningen en het honorarium voor niet-controlediensten in de toelichting bij de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening moeten worden vermeld.
- Bovendien is naar de mening van de Commissie ook het honorarium van de architect voor de bouw van „hal 2005”, dat wil zeggen 3600 EUR, subsidiabel omdat het deel uitmaakt van de kosten van „hal 2005”.
- het honorarium van een gemachtigde, raadsman of advocaat, die op regelmatige wijze als vertegenwoordiger van een partij in de procedure voor het Bureau is aangesteld, binnen de grenzen van de in bijlage I vastgestelde schalen.
- personeel, ongeacht de status, dat geheel of gedeeltelijk specifiek is belast met de uitvoering van de tuberculinetests in het bedrijf; de kosten van dit personeel worden beperkt tot het voor dit personeel betaalde honorarium of tot hun feitelijke salarissen plus sociale premies en andere wettelijke loonkosten, en