Betekenis van:
huiszoeking

huiszoeking (de ~ | meervoud huiszoekingen)
Zelfstandig naamwoord
  • gerechtelijk onderzoek in een huis
"huiszoeking verrichten/doen"
"huiszoeking doen bij [iemand]"

Hyperoniemen

huiszoeking
Zelfstandig naamwoord
  • een actie waarbij iemands huis, meestal door de autoriteiten, doorzocht wordt
"Een huiszoeking vereist een door het hof daartoe afgegeven bevel."