Betekenis van:
idioot

idioot (de ~ | meervoud idioten)
Zelfstandig naamwoord
  • geestelijk gehandicapte; verstandelijke gehandicapte
"tekeergaan als een idioot"

Synoniemen

Hyperoniemen

idioot
Zelfstandig naamwoord
  • iemand die een grote maat van zwakzinnigheid heeft
"Veel mensen noemen hem een idioot."
idioot
Zelfstandig naamwoord
  • een dwaas
"Wat ben jij toch een idioot."
idioot
Bijvoeglijk naamwoord
  • zwakzinnig
"een idioot kind"

Hyperoniemen

idioot
Bijvoeglijk naamwoord
  • een grote maat van zwakzinnigheid hebbend
"Daar woont een naar mijn mening idiote man."
idioot
Bijvoeglijk naamwoord
  • dwaas.
"Dat was echt een idiote actie."
idioot
Bijvoeglijk naamwoord
  • belachelijk; achterlijk; belachelijk; idioot
"idiote kleren"
"een idiote vraag"

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Idioot!
  2. Idioot!
  3. Jij idioot!!
  4. Jij bent een idioot.
  5. Ik ben geen idioot.
  6. Mijn broer is een idioot.
  7. Ik ben een volslagen idioot.
  8. Tom is een arrogante idioot.
  9. Denk je dat ik een idioot ben?
  10. Bedankt dat u me eindelijk uitgelegd heeft waarom men mij voor een idioot houdt.