Betekenis van:
infinitief

infinitief (de ~ | meervoud infinitieven)
Zelfstandig naamwoord
  • onbepaalde wijs
"'kopen' is de infinitief van 'koopt' en 'gekocht'"
"in de infinitief"

Hyperoniemen

infinitief
Zelfstandig naamwoord
  • het hele werkwoord
"Hij wist niet dat het infinitief hetzelfde was als het hele werkwoord."