Betekenis van:
inschepen

inschepen
Werkwoord
  • ''zich ~'': aan boord gaan van een schip voor een reis ermee
"Zij scheepten zich in voor de invasie.}} "
inschepen
Werkwoord
  • aan boord gaan
"inschepen op [de veerboot, de Stella Maris]"
"je kan je vanaf 16 uur inschepen in de haven van Zeebrugge"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen