Betekenis van:
isoleren

isoleren
Werkwoord
  • afzonderen
"een gen isoleren"
"zich van de buitenwereld isoleren"

Hyperoniemen

Hyponiemen

isoleren
Werkwoord
  • (iets) zo afschermen, dat elektriciteit, warmte, kou of geluid niet meer naar buiten of naar binnen kan treden
"een kamer/woning/leiding isoleren"

Hyperoniemen

isoleren
Werkwoord
  • afsluiten van alle toegang
"De lijders aan deze raadselachtige ziekte werden voor de zekerheid geïsoleerd."
isoleren
Werkwoord
  • een bepaalde stof in zuivere vorm in handen zien te krijgen door deze te scheiden van alle andere stoffen in een mengsel
"Het heeft lang geduurd voordat men erin slaagde alle elementen van de lanthanidereeks te isoleren, maar nu is dat een peuleschil."
isoleren
Werkwoord
  • elektrisch contact onmogelijk maken
"Deze kunststoflaag is voldoende om deze draden te isoleren."
isoleren
Werkwoord
  • warmteuitwisseling voorkomen of verminderen
"Hij isoleerde zijn huis om aan de stijgende brandstofkosten beter het hoofd te kunnen bieden."