Betekenis van:
jachtseizoen

jachtseizoen (het ~ | meervoud jachtseizoenen)
Zelfstandig naamwoord
  • periode voor de jacht
"het begin/einde van het jachtseizoen"
"gedurende/tijdens het jachtseizoen"

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. „geschoten gezonde hertachtigen”: gezonde wilde hertachtigen die tijdens het jachtseizoen zijn geschoten;
  2. De lidstaten voltooien het onderzoek uiterlijk aan het eind van het jachtseizoen van 2007.
  3. Het verslag over 2007 omvat de resultaten van het jachtseizoen van 2007, ook al zijn enkele monsters in 2008 genomen.
  4. Zij bepaalt dat de lidstaten hun onderzoek uiterlijk aan het eind van het jachtseizoen van 2007 voltooien.
  5. „Het verslag over 2008 omvat de resultaten van het jachtseizoen van 2008, ook al zijn enkele monsters in 2009 genomen.”.
  6. Aangezien wilde herten hoofdzakelijk bemonsterd moeten worden gedurende het jachtseizoen, dat van beperkte duur is, moet deze beschikking van toepassing worden na de vaststelling van Verordening (EG) nr. 1923/2006, zodat de lidstaten voldoende tijd hebben om de streefaantallen monsters te nemen.