Betekenis van:
jack

jack (het ~ | meervoud jacks)
Zelfstandig naamwoord
  • korte, sportieve jas
"een jack [aantrekken/uittrekken]"
"een jack dragen"

Hyperoniemen

Hyponiemen

jack
Zelfstandig naamwoord
  • soort (sportief) jasje

Voorbeeldzinnen

  1. Jack werd uitgelachen door al de jongens.
  2. Dat is niet de fout van Jack.
  3. Jack zou zijn zus nooit meer zien.
  4. Maria zwemt ongeveer net zo snel als Jack.
  5. De heer Jack McCONNELL
  6. De heer Jack Charlton
  7. Jack and horse mackerels n.e.i. Russels stekelmakreel
  8. Jack and horse mackerels n.e.i. Horsmakrelen, n.e.g.