Betekenis van:
jack
jack (het ~ | meervoud jacks)
Zelfstandig naamwoord
- korte, sportieve jas
"een jack [aantrekken/uittrekken]"
"een jack dragen"
Hyperoniemen
Hyponiemen
jack
Zelfstandig naamwoord
- soort (sportief) jasje
Voorbeeldzinnen
- Jack werd uitgelachen door al de jongens.
- Dat is niet de fout van Jack.
- Jack zou zijn zus nooit meer zien.
- Maria zwemt ongeveer net zo snel als Jack.
- De heer Jack McCONNELL
- De heer Jack Charlton
- Jack and horse mackerels n.e.i. Russels stekelmakreel
- Jack and horse mackerels n.e.i. Horsmakrelen, n.e.g.