Betekenis van:
job

job
Zelfstandig naamwoord
  • stuk werk; karwei

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Maar hij had een job nodig.
  2. Begeleide on-the-job-training
  3. Vorm/type scholing (bijv. interne/externe cursussen; andere vormen zoals begeleide „on the job”-training)
  4. on-the-job-training: kosten van de operatoren bij opleiding op de productielijn (veelzijdigheid).
  5. vereiste taken (naast de rijtaak) die deel uitmaken van hun job;
  6. Deelnemers aan andere vormen van bij- en nascholing: on-the-job-training
  7. De werkgever bepaalt welke systemen zijn bestuurders moeten gebruiken in het kader van hun job.
  8. In dit geval omvat de job tegelijk het besturen van het voertuig en het gebruiken van een informatie- of communicatiesysteem.
  9. De tijdelijke functionaris kan toestemming vragen om volgens de „job sharing”-formule halftijds te werken in een ambt dat door het TSOBG daartoe geschikt wordt geacht.
  10. Opmerking: voor de werknemers die werken voor werkgevers die onder deze beginselen vallen, is rijden met een voertuig een onderdeel van hun job.
  11. OPMERKING: voor de werknemers die werken voor werkgevers die onder deze beginselen vallen, is rijden met een voertuig een onderdeel van hun job.
  12. De aanbeveling is van toepassing in een werkgever-werknemerrelatie wanneer het besturen van een voertuig deel uitmaakt van de job en wanneer in de procedures van de werkgever is bepaald dat de door de werkgever ter beschikking gestelde informatiesystemen tijdens het rijden moeten of mogen worden gebruikt.
  13. De toestemming om volgens de „job sharing”-formule halftijds te werken is niet beperkt in de tijd; Het TSOBG kan de toestemming evenwel in het belang van de dienst intrekken, mits de tijdelijke functionaris daarvan zes maanden van tevoren in kennis wordt gesteld.