Betekenis van:
kin

kin (de ~ | meervoud kinnen)
Zelfstandig naamwoord
  • onderste deel v.h. gezicht; onderkaak
"iemand onder de kin strijken"
"een kuiltje in je kin"

Synoniemen

Hyperoniemen

kin
Zelfstandig naamwoord
  • het vooruitstekende deel van de onderkaak