Betekenis van:
kluizenaar
kluizenaar (de ~ | meervoud kluizenaars)
Zelfstandig naamwoord
- iemand die afgezonderd leeft; zeer op zichzelf levend iemand
"leven als (een) kluizenaar"
Synoniemen
Hyperoniemen
kluizenaar
Zelfstandig naamwoord
- iemand die alleen en in afzondering leeft
kluizenaar
Zelfstandig naamwoord
- iemand die alleen en in afzondering leeft
Voorbeeldzinnen
- Even belangwekkend is dat in de bebouwde kom op de gevels van enkele gebouwen basreliëfs uit de 19e eeuw te zien zijn met daarop de heilige Antonius, een kluizenaar die op de grens van de derde en vierde eeuw leefde, en aan wie sinds de elfde eeuw de roem kleeft van genezer van „het heilig vuur” of van het „vuur van de heilige Antonius”, een populaire benaming van herpes zoster (gordelroos).