Betekenis van:
koolzuur

koolzuur
Zelfstandig naamwoord
  • ''chem.'' een verbinding van water en koolstofdioxide met de formule H2CO3
"Als verbinding is koolzuur zelf weinig stabiel, maar er zijn wel zouten van afgeleid."
koolzuur (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • verbinding van koolstof met zuurstof en waterstof die niet in vrije toestand voorkomt

Synoniemen

Hyperoniemen

koolzuur
Zelfstandig naamwoord
  • gas dat ontstaat bij koolstofverbranding; gas dat ontstaat bij koolstofverbranding

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. koolzuur, nikkel (2+) zout; [1]
  2. Amidoverbindingen van carbonzuren of van koolzuur
  3. Het door de vissen uitgeademde kooldioxide lost in water op en vormt daarbij koolzuur, waardoor de pH daalt.
  4. andere dan vruchten- of groentesappen verdund met water of met koolzuur verzadigd en andere dan die welke melkbestanddelen als bedoeld bij de posten 0401 en 0402 bevatten
  5. machines en toestellen voor het vullen, sluiten of etiketteren van flessen, van bussen, van zakken of van andere bergingsmiddelen; machines en toestellen voor het capsuleren van flessen, van potten, van tubes en van dergelijke bergingsmiddelen; toestellen voor het persen van koolzuur in dranken
  6. Machines voor het afwassen van vaatwerk; machines en toestellen voor het reinigen of het drogen van flessen en andere bergingsmiddelen; machines en toestellen voor het vullen, sluiten of etiketteren van flessen, van bussen, van zakken of van andere bergings middelen; machines en toestellen voor het capsuleren van flessen, van potten, van tubes en van dergelijke bergingsmiddelen; andere verpakkingsmachines (krimpverpakkingsmachines en -toestellen daaronder begrepen); toestellen voor het persen van koolzuur in dranken