Betekenis van:
kramer
kramer (de ~ | meervoud kramers)
Zelfstandig naamwoord
- verkoper op de markt; iemand die een kraam houdt
Synoniemen
Hyperoniemen
Voorbeeldzinnen
- In het Comité van de Regio's is een zetel van een lid vrijgekomen door het ontslag van de heer Jens KRAMER MIKKELSEN, waarvan de Raad op 2 december 2004 in kennis is gesteld,