Betekenis van:
langzaam
langzaam
Bijvoeglijk naamwoord
- met weinig snelheid
"Die auto was de langzaamste auto die ik ooit gezien heb."
langzaam
Bijvoeglijk naamwoord
- zonder snelle ontwikkeling
"Langzaam aan werd het dan toch nog beter."
Voorbeeldzinnen
- Werk langzaam.
- Haast je langzaam.
- Hij ging langzaam de trap op.
- We liepen langzaam langs de weg.
- Ze verdween langzaam in het nevelige bos.
- Het papieren vliegtuig gleed langzaam naar de grond.
- Haast je langzaam", "Haastige spoed is zelden goed
- Het terugvorderingsproces is heel langzaam verlopen.
- Men laat de karkassen langzaam besterven.
- Lost langzaam op in waterstoffluorideoplossing en in heet geconcentreerd zwavelzuur
- Indien verhit tot roodkleuring, verbrandt het langzaam zonder vlam
- Bovendien is het hele terugvorderingsproces bijzonder langzaam en lastig verlopen.
- Voeg n-hexaan langzaam in kleine hoeveelheden toe.
- Hieruit blijkt dat de uitvoering van het investeringsplan langzaam verliep.
- op geschikte wijze verwarmen van de gegiste brij om de alcohol langzaam af te dampen;