Betekenis van:
langzaam

langzaam
Bijvoeglijk naamwoord
  • traag; niet snel
"langzaam maar zeker"
"langzame muziek"

Synoniemen

langzaam
Bijvoeglijk naamwoord
  • met weinig snelheid
"Die auto was de langzaamste auto die ik ooit gezien heb."
langzaam
Bijvoeglijk naamwoord
  • zonder snelle ontwikkeling
"Langzaam aan werd het dan toch nog beter."

Voorbeeldzinnen

  1. Werk langzaam.
  2. Haast je langzaam.
  3. Hij ging langzaam de trap op.
  4. We liepen langzaam langs de weg.
  5. Ze verdween langzaam in het nevelige bos.
  6. Het papieren vliegtuig gleed langzaam naar de grond.
  7. Haast je langzaam", "Haastige spoed is zelden goed
  8. Het terugvorderingsproces is heel langzaam verlopen.
  9. Men laat de karkassen langzaam besterven.
  10. Lost langzaam op in waterstoffluorideoplossing en in heet geconcentreerd zwavelzuur
  11. Indien verhit tot roodkleuring, verbrandt het langzaam zonder vlam
  12. Bovendien is het hele terugvorderingsproces bijzonder langzaam en lastig verlopen.
  13. Voeg n-hexaan langzaam in kleine hoeveelheden toe.
  14. Hieruit blijkt dat de uitvoering van het investeringsplan langzaam verliep.
  15. op geschikte wijze verwarmen van de gegiste brij om de alcohol langzaam af te dampen;