Betekenis van:
leisteen

leisteen
Zelfstandig naamwoord
  • een gesteente ontstaan door de metamorfose van klei of schalie, dat veel als dakbedekking wordt gebruikt
"In vorstrijke gebieden verweert leisteen vrij snel."
leisteen (de/het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • donkergrijze steensoort; donkergrijze steensoort

Synoniemen

Hyperoniemen

leisteen
Zelfstandig naamwoord
  • een plat stuk van dit gesteente, synoniem met lei

Voorbeeldzinnen

  1. oliehoudende leisteen;
  2. Bitumineuze leisteen
  3. Leisteen, enkel kantrecht behouwen of gezaagd
  4. Daarnaast investeerde de onderneming sinds 2002 in de winning van leisteen (bouw van gangen).
  5. Natuurlijk bitumen en natuurlijk asfalt; bitumineuze leisteen en bitumineus zand; asfaltiet en asfaltsteen
  6. Een complex product, verkregen door de sulfonering en ammoniëring van het destillatieproduct van bitumineuze leisteen.
  7. Tot dat ogenblik geschiedde de voorbereiding van de leisteen hoofdzakelijk met de hand, wat voor de werknemers lichamelijk belastend was.
  8. De markt voor deze soort leisteen zou een regionale markt zijn en beperkt zijn tot bepaalde gebieden in Duitsland.
  9. Gewone klei en leisteen voor gebruik in de bouw (incl. die voor de vervaardiging van bakstenen, tegels, buizen, cement, excl. geëxpandeerde klei van GN 6806)
  10. In zijn reactie op de opmerkingen van de concurrent die anoniem wenst te blijven merkt Duitsland op dat de gesubsidieerde robot niet zal worden gebruikt voor de productie van gewone leisteen die in Spanje het meest wordt gebruikt.
  11. De verklaring van de concurrent die anoniem wenst te blijven, dat hij leisteen produceert die in Duitsland voor de vervaardiging van „Altdeutscher Schiefer” wordt gebruikt, is naar de mening van Duitsland onjuist.