Betekenis van:
leren

leren
Bijvoeglijk naamwoord
  • van leer
"leren handschoenen"

Synoniemen

leren
Bijvoeglijk naamwoord
  • van leer vervaardigd
leren
Werkwoord
  • bedrevenheid, kennis verwerven in
"een vak leren"
"leren schaatsen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

leren
Werkwoord
  • kennis of vaardigheid verwerven
leren
Werkwoord
  • kennis of vaardigheid doen verwerven
leer (de ~ | meervoud leren)
Zelfstandig naamwoord
  • stelsel van regels die min of meer een afgesloten geheel vormen m.b.t. een vak van wetenschap of kunst
"de leer van de Drie-eenheid"
"de hervormde/rooms-katholieke leer"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord