Betekenis van:
men

men
Onbepaald voornaamwoord
  • iemand, maar niemand in het bijzonder
"Men heeft dat gedaan om kosten te sparen."

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Men heeft me achtergelaten.
  2. In Australië spreekt men Engels.
  3. Men moet niet dwingen te leren. Leren moet men aanmoedigen.
  4. In Australië spreekt men Engels.
  5. In Australië spreekt men Engels.
  6. Frans spreekt men in Frankrijk.
  7. In Valencia spreekt men Valenciaans en Spaans.
  8. Welke talen spreekt men in België?
  9. In Canada spreekt men Engels en Frans.
  10. Men zegt dat hij ernstig ziek is.
  11. Men zegt dat het kankerverwekkend is.
  12. Leer mij hoe men dat doet.
  13. In China leert men ook Engels.
  14. Welke taal spreekt men in Egypte?
  15. Hij deed wat men hem gezegd had.