Betekenis van:
mes
mes
Zelfstandig naamwoord
- een dun lang werktuig met een scherpgeslepen kant waamee gesneden kan worden
"Hij nam een mes en sneed het brood ermee."
Voorbeeldzinnen
- Ik heb een mes nodig.
- Pas op. Dat mes is scherp.
- Snij de cake met een mes.
- Hij stak zijn mes in de boom.
- Ik heb het mes teruggegeven dat ik geleend had.
- Wij gebruiken stokjes in plaats van vork en mes.
- De juiste plaatswijze van een bestek is de vork aan de linkerzijde van het bord en het mes aan de rechterzijde alsook de lepel.
- snelsnijmachines met een mes
- „EKO-MES” EOOD
- Snelsnijmachines met één mes
- dicht bij de container met het MES geplaatst zijn;
- de mogelijke markt voor IT-oplossingen voor de installatielogistiek/MES/niveau 3
- het totale gewicht van de rode dwarsgestreepte spieren, voor zover die met een mes kunnen worden afgescheiden, enerzijds, en
- Zaailingen van tomatenplanten: Snij met een schoon, ontsmet mes een stuk van 1 cm van het onderste deel van elke stengel, vlak boven het bodemniveau.
- Andere planten: Snij met een schoon, ontsmet mes of dito snoeischaar een stuk van 1 cm van het onderste deel van de stengel af, vlak boven het bodemniveau.