Betekenis van:
misbruik

misbruik (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • slecht of verkeerd gebruik
"misbruik maken van iets/iemand"
"seksueel misbruik"

Synoniemen

Hyperoniemen

misbruik
Zelfstandig naamwoord
  • het laakbare gebruik van iets voor een doel waarvoor het niet bedoeld was

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. De koning maakte misbruik van zijn macht.
  2. Misbruik
  3. Misbruik van rechten
  4. misbruik van identiteit;
  5. Voorkoming misbruik voertuigregistratiebewijs
  6. Goede trouw en misbruik van rechten
  7. Extra gegevens om misbruik van identiteit te voorkomen
  8. Misbruik van een identiteit: Informatie over misbruik van een identiteit dient te worden verwijderd nadat de desbetreffende signalering is verwijderd.
  9. Misbruik van de 29,5 miljoen EUR sluitingssteun die in 2002 is goedgekeurd (maatregel E8)
  10. Om eventueel misbruik van steun te voorkomen, mag herstructureringssteun slechts eenmaal worden verleend.
  11. Om misbruik te voorkomen, moet er bij een dergelijke terugbetaling een extra bedrag worden betaald.
  12. De bevoegde autoriteit ziet toe op het gebruik van de noodprocedure om misbruik te voorkomen.
  13. Daarentegen diende staatssteun voor immateriële activa, waarvan gemakkelijk misbruik zou kunnen worden gemaakt, te worden verworpen.
  14. Indien de onderneming het plan niet ten uitvoer legt, wordt dit beschouwd als misbruik van steun.
  15. Daarnaast is ook de persvrijheid een sterke garantie tegen elk misbruik van de burgerlijke vrijheden.