Betekenis van:
misbruik
misbruik (het ~)
Zelfstandig naamwoord
- slecht of verkeerd gebruik
"misbruik maken van iets/iemand"
"seksueel misbruik"
Synoniemen
Hyperoniemen
misbruik
Zelfstandig naamwoord
- het laakbare gebruik van iets voor een doel waarvoor het niet bedoeld was
Werkwoord
Voorbeeldzinnen
- De koning maakte misbruik van zijn macht.
- Misbruik
- Misbruik van rechten
- misbruik van identiteit;
- Voorkoming misbruik voertuigregistratiebewijs
- Goede trouw en misbruik van rechten
- Extra gegevens om misbruik van identiteit te voorkomen
- Misbruik van een identiteit: Informatie over misbruik van een identiteit dient te worden verwijderd nadat de desbetreffende signalering is verwijderd.
- Misbruik van de 29,5 miljoen EUR sluitingssteun die in 2002 is goedgekeurd (maatregel E8)
- Om eventueel misbruik van steun te voorkomen, mag herstructureringssteun slechts eenmaal worden verleend.
- Om misbruik te voorkomen, moet er bij een dergelijke terugbetaling een extra bedrag worden betaald.
- De bevoegde autoriteit ziet toe op het gebruik van de noodprocedure om misbruik te voorkomen.
- Daarentegen diende staatssteun voor immateriële activa, waarvan gemakkelijk misbruik zou kunnen worden gemaakt, te worden verworpen.
- Indien de onderneming het plan niet ten uitvoer legt, wordt dit beschouwd als misbruik van steun.
- Daarnaast is ook de persvrijheid een sterke garantie tegen elk misbruik van de burgerlijke vrijheden.