Betekenis van:
gebruik

gebruik (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • het gebruiken van iets
"verslijten door veelvuldig gebruik"
"buiten gebruik (zijn)"

Hyperoniemen

Hyponiemen

gebruik
Zelfstandig naamwoord
  • een standaard manier van doen
"Het schudden van de rechterhand is, in Nederland, het gebruik om een onbekende te begroeten."
gebruik
Zelfstandig naamwoord
  • toepassen van iets
"Het gebruik van een woordenboek is aan te raden voor het controleren van de spelling."
gebruik (het ~ | meervoud gebruiken)
Zelfstandig naamwoord
  • gebruikelijke wijze van doen
"de gebruiken naleven"
"het is een goed/oud gebruik dat..."

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord