Betekenis van:
mogendheid

mogendheid (de ~ | meervoud mogendheden)
Zelfstandig naamwoord
  • zelfstandige staat; soevereine staat
"een vreemde mogendheid"
"een grote mogendheid"

Synoniemen

Hyperoniemen

mogendheid
Zelfstandig naamwoord
  • een staat die een dominante positie inneemt
"Nederland was ooit een vrij belangrijke mogendheid, vanwege zijn koloniale rijk."