Betekenis van:
naald

naald (de ~ | meervoud naalden)
Zelfstandig naamwoord
  • wijzer op een instrument
"de naald wijst naar het [noorden]"
"een dode naald"

Hyperoniemen

naald (de ~ | meervoud naalden)
Zelfstandig naamwoord
  • dunne metalen stift met oog om te naaien, borduren enz.
"naald en draad"
"zoeken naar een naald in een hooiberg"

Hyperoniemen

naald (de ~ | meervoud naalden)
Zelfstandig naamwoord
  • blad v.e. naaldboom
"een bed van naalden"

Hyperoniemen

naald (de ~ | meervoud naalden)
Zelfstandig naamwoord
  • gereedschap
"droge naald"

Hyperoniemen

Hyponiemen

naald
Zelfstandig naamwoord
  • een soort gereedschap dat gebruikt wordt voor het aan elkaar bevestigen (naaien) van kledingstukken of andere voorwerpen van stof, zoals leer
naald
Zelfstandig naamwoord
  • de wijzer van een instrument: kompas, weegschaal enz
naald
Zelfstandig naamwoord
  • de aftaster van een grammofoon
naald
Zelfstandig naamwoord
  • deel van een injectiespuit
naald
Zelfstandig naamwoord
  • een lang en slank gedenkteken bijvoorbeeld een obelisk
naald
Zelfstandig naamwoord
  • een aanslaglijst van een deur of raam, ook wel tong- of stolpnaald genoemd
naald (de ~ | meervoud naalden)
Zelfstandig naamwoord
  • holle naald van een injectiespuit

Synoniemen

Hyperoniemen