Betekenis van:
nutteloos

nutteloos
Bijvoeglijk naamwoord
  • zonder voordeel
"Ik moest van de meester een nutteloze opdracht doen."
nutteloos
Bijvoeglijk naamwoord
  • nutteloos; zonder doel; zinloos; zonder resultaat; vergeefs; tevergeefs; vruchteloos
"een nutteloze poging"
"al mijn inspanningen waren nutteloos"

Synoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Weerstand is nutteloos.
  2. Bij gebruik van elektrische verlichting moet de voeding door de noodkrachtbron worden geleverd en deze verlichting moet zo zijn aangelegd dat het uitvallen van één enkel licht of een onderbreking van een lichtgevende strip niet tot gevolg heeft dat de markering nutteloos wordt.