Betekenis van:
omgangstaal
omgangstaal (de ~)
Zelfstandig naamwoord
- alledaagse gesproken taal; algemene spreektaal
"de gewone/algemene omgangstaal"
Synoniemen
Hyperoniemen
Voorbeeldzinnen
- Alleen een naam die hetzij in de handel, hetzij in de omgangstaal gebruikt wordt om het specifieke landbouwproduct of levensmiddel te benoemen, mag worden geregistreerd.
- Alleen een naam die in de handel of in de omgangstaal in gebruik is of historisch is gebruikt om het specifieke landbouwproduct of levensmiddel te benoemen, mag worden geregistreerd.