Betekenis van:
omgangstaal

omgangstaal (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • alledaagse gesproken taal; algemene spreektaal
"de gewone/algemene omgangstaal"

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Alleen een naam die hetzij in de handel, hetzij in de omgangstaal gebruikt wordt om het specifieke landbouwproduct of levensmiddel te benoemen, mag worden geregistreerd.
  2. Alleen een naam die in de handel of in de omgangstaal in gebruik is of historisch is gebruikt om het specifieke landbouwproduct of levensmiddel te benoemen, mag worden geregistreerd.