Betekenis van:
taalgebruik
taalgebruik (het ~)
Zelfstandig naamwoord
- het gebruiken van de taal, dat wat als taal geuit wordt, de spreek- of schrijftaal
"schriftelijk/mondeling taalgebruik"
"wollig taalgebruik"
Synoniemen
Hyperoniemen
taalgebruik
Zelfstandig naamwoord
- de gebruikte taal
Voorbeeldzinnen
- TAALGEBRUIK
- Taalgebruik
- Regeling van het taalgebruik en waarmerking
- nadere aanwijzingen voor het taalgebruik, zoals bedoeld in artikel 27;
- Artikel 28 Regeling van het taalgebruik en waarmerking
- Instructies mogen niet overdreven technisch zijn en het taalgebruik moet gebruikersvriendelijk zijn.
- De inspanningen versterken om cursussen en tekstboeken aan te passen en discriminerend taalgebruik eruit te verwijderen.
- Kenmerkend voor de procedure voor het Gerecht is de taalregeling van het taalgebruik voor een meertalige Gemeenschap.
- De voorschriften van Verordening nr. 1 van 15 april 1958 [8] tot regeling van het taalgebruik in de Europese Economische Gemeenschap zijn op de EPA van toepassing.
- Officiële documenten en publicaties van het EIT worden vertaald overeenkomstig Verordening nr. 1 van 15 april 1958 tot regeling van het taalgebruik in de Europese Economische Gemeenschap [11].
- Verordening nr. 1 van 15 april 1958 tot regeling van het taalgebruik in de Europese Economische Gemeenschap [19] is van toepassing op Europol.
- Op de Autoriteit zijn de bepalingen van Verordening nr. 1 van 15 april 1958 tot regeling van het taalgebruik in de Europese Economische Gemeenschap [9] van toepassing.
- Op het Agentschap is Verordening nr. 1 van 15 april 1958 tot regeling van het taalgebruik in de Europese Economische Gemeenschap [55] van toepassing.
- houdende wijziging van het reglement voor de procesvoering van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen inzake de regeling van het taalgebruik
- houdende wijziging van het reglement voor de procesvoering van het Gerecht van eerste aanleg van de Europese Gemeenschappen inzake de regeling van het taalgebruik