Betekenis van:
onbetrouwbaar

onbetrouwbaar
Bijvoeglijk naamwoord
  • niet te vertrouwen
"Het is een onbetrouwbare man."
onbetrouwbaar
Bijvoeglijk naamwoord
  • niet betrouwbaar
"de cijfers zijn onbetrouwbaar"
"het ijs is nog onbetrouwbaar"

Hyperoniemen

onbetrouwbaar
Bijvoeglijk naamwoord
  • niet goed

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Het uiterlijk is onbetrouwbaar", "Schijn bedriegt
  2. De documentatie van de ondernemingen was veelal onbetrouwbaar.
  3. Bijgevolg moet de winstmarge die het resultaat is van wederverkoop, ook als onbetrouwbaar worden beschouwd.
  4. Diverse belanghebbende partijen argumenteerden dat de voor de schadeanalyse gebruikte indicatoren onbetrouwbaar of ongeschikt waren.
  5. Spoorstroomkringen worden onbetrouwbaar wanneer voor de voorste as van een samengestelde trein zand wordt gestrooid
  6. De door Chup Hsin verstrekte gegevens werden onbetrouwbaar geacht, zoals al in overweging 104 is uiteengezet.
  7. Betrouwbaarheid van de bron  Betrouwbaar  Doorgaans betrouwbaar  Onbetrouwbaar  Niet te beoordelen
  8. Bij een van de ondernemingen bleek de boekhouding significante tekortkomingen te vertonen en onbetrouwbaar te zijn.
  9. De boekhouding, inclusief de accountantsverslagen, waren niet in overeenstemming met de internationale boekhoudnormen en werden dus als onbetrouwbaar beschouwd.
  10. Bovendien was de boekhouding niet in overeenstemming met de internationale standaarden voor jaarrekeningen en werden diverse fouten in de boekhouding geconstateerd, waardoor de externe accountantscontrole onbetrouwbaar was.
  11. Bij het onderzoek bleek dat de boekhouding van de onderneming niet in overeenstemming was met de internationale normen, ernstige tekortkomingen vertoonde en derhalve als onbetrouwbaar moest worden beschouwd.
  12. Hierbij zij opgemerkt dat de verkoopprijzen tussen verbonden partijen als onbetrouwbaar worden beschouwd vanwege de band tussen de koper en de verkoper.
  13. Aangezien werd vastgesteld dat Turkije een geschikte keuze was, waren er geen redenen om aan te nemen dat de kosten betreffende het betrokken product onbetrouwbaar of ongeschikt waren.
  14. Het onderzoek in de ondernemingen toonde aan dat de boekhouding en de uitvoerdocumenten van onderneming 1 onbetrouwbaar waren en zeer te wensen overlieten.
  15. Bijgevolg was het niet goed mogelijk de antwoorden op de vragenlijst te controleren en moesten de opgegeven cijfers als onbetrouwbaar worden beschouwd.