Betekenis van:
onderscheid

onderscheid (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • verschil; splitsing v.e. geheel in delen
"(geen) onderscheid maken"
"het onderscheid tussen [boven] en [onder]"

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Onderscheid voltijd-/deeltijdwerk
  2. Afwijkingen worden zonder onderscheid toegepast.
  3. Deze afwijkingen worden zonder onderscheid toegepast.
  4. Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen zeggenschap en beheer.
  5. ISCED 4 (geen onderscheid tussen a, b of c mogelijk)
  6. VERGOEDINGEN NA UITDIENSTTREDING: ONDERSCHEID TUSSEN TOEGEZEGDE-BIJDRAGENREGELINGEN EN TOEGEZEGD-PENSIOENREGELINGEN
  7. In het marktonderzoek werd dit onderscheid duidelijk bevestigd.
  8. Voor rundvee wordt bij de kenmerken onderscheid gemaakt naar leeftijdscategorie.
  9. Eurostat maakt geen onderscheid tussen wilde en gekweekte zalm.
  10. Er wordt met name onderscheid gemaakt tussen de volgende structuren:
  11. De Commissie maakte een onderscheid tussen twee categorieën klanten.
  12. Onderscheid tussen personen met kenmerken die gelijkenis vertonen
  13. Dit onderscheid werd ook in deze zaak bevestigd.
  14. ISCED 4 (zonder onderscheid tussen a, b of c)
  15. Onderscheid kan worden gemaakt tussen algemene en specifieke opleiding.